De man die bij een supermarkt in Nijmegen zijn kar naar buiten duwde, schatte dat hij het anderhalve week uithoudt. Daarna twijfelde hij: verse groente, geen blikken. Bij diezelfde supermarkt gaf een vrouw die nog boodschappen moest doen toe dat ze “helemaal niks” in huis heeft, en erbij dat het eigenlijk wel verstandig zou zijn.
Precies dat gat is waar het rapport over gaat dat vandaag naar buiten kwam. Onderzoekers van het Clingendael Instituut en de Erasmus Universiteit bekeken in opdracht van het ministerie van Landbouw hoe stevig de Nederlandse voedselvoorziening is. Hun advies: leg een voorraad aan voor acht dagen, niet voor drie. Dat schrijft de NOS.
Drie dagen was gebaseerd op een aanname die niet meer klopt
Het oude advies van drie dagen gaat uit van één ding: dat de supermarkt na een paar dagen weer bevoorraad wordt. “Nu gaan we ervan uit dat na een paar dagen de supermarkten wel weer kunnen worden voorzien van voedsel”, zegt onderzoeker Pieter Zwaan, “maar bij hevige regenval kan een gebied langer afgesloten zijn, waardoor het langer kan duren”.
De schappen zijn sneller leeg dan mensen denken. Supermarkten en toeleveranciers houden zo min mogelijk in hun magazijnen om kosten te besparen. Bij een cyberaanval op het logistieke systeem, ernstig noodweer of oorlog kan dat binnen twee à drie dagen zichtbaar worden. De onderzoekers spreken niet van hongersnood, wel van “acute schaarste aan specifieke producten, flinke prijsstijgingen en maatschappelijke onrust”.
Acht dagen is geen verdubbeling van je boodschappen
Reken het voor één persoon door en het valt mee. Het gaat om lang houdbare, calorierijke producten die je bij voorkeur koud kunt eten, want bij een grote stroomstoring kook je niet. Vijf extra dagen betekent grofweg tien blikken of pakken per persoon: bonen, vis in blik, noten, crackers, pindakaas. Voor een gezin van vier zijn dat veertig blikken of pakken. Reken op ongeveer anderhalve euro per stuk en je zit op zestig euro, eenmalig, en daarna alleen doorschuiven.
Het punt is niet de hoeveelheid, het is dat het kóúd eetbaar moet zijn. Wie zijn voorraad vult met pasta en rijst heeft een voorraad die precies stukloopt op het scenario waar hij voor bedoeld is. Hoe je dat per huishouden uitrekent staat in de voorraadberekening per persoon, en het bredere overheidsadvies staat op de pagina over het actuele advies van de overheid — dat sinds vandaag dus achterloopt.
Het echte werk ligt bij de magazijnen, niet bij de keukenkast
De kop van dit nieuws wordt “burger moet meer inslaan”, maar het zwaarste advies in het rapport gaat helemaal niet over burgers. Het gaat over afspraken met supermarkten en toeleveranciers om altijd een minimale noodhoeveelheid in hun bestaande magazijnen te houden — een dynamische voorraad die meedraait in de normale verkoop en dus niet bederft. De overheid zou daar een vergoeding voor betalen en krijgt in ruil het recht om in noodsituaties te bepalen waar het voedsel heen gaat. Zelf enorme bergen graan opslaan raden de onderzoekers af; dat bederft.
Acht dagen in een keukenkast van zeventien miljoen mensen is een enorme hoeveelheid voedsel die nergens geregistreerd staat en waarvan niemand weet of hij er ligt. Een buffer bij een handvol distributiecentra is meetbaar, stuurbaar en goedkoper. Die twee sporen sluiten elkaar niet uit, maar de volgorde in de berichtgeving is omgedraaid.
Een vergeten voorraad van acht dagen is minder waard dan een gecontroleerde van drie
Wie voorbereiding verkoopt, heeft er belang bij dat het advies omhooggaat, en dat is een ongemakkelijke positie om vanuit te schrijven. Er zit ook een reëel risico aan een hoger getal: hoe groter de voorraad, hoe groter de kans dat mensen hem aanleggen, wegzetten en nooit meer controleren. Een vergeten voorraad van acht dagen is in de praktijk minder waard dan een gecontroleerde van drie. Dat is geen argument tegen het advies, wel tegen het idee dat je er met inslaan bent.
Tel hoeveel maaltijden je zonder fornuis op tafel krijgt
Zet vanavond je kastdeur open en tel hoeveel maaltijden je kunt maken zonder fornuis en zonder koelkast. Niet hoeveel eten er staat — hoeveel je koud op tafel krijgt. Dat getal is meestal een stuk lager dan je schat, en het is het enige getal dat er in dit scenario toe doet. Hoe je dat tot een vaste routine maakt zonder weggooien staat bij het controleren van je voorraad.
Staatssecretaris Erkens van Voedselzekerheid gaat de komende maanden met supermarkten en leveranciers in gesprek over wat er echt nodig is en wie het betaalt. Wat dat kost, kon hij niet zeggen. Het moment om op te letten is dus niet vandaag, maar het eerste overleg waarin een bedrag en een betaler op tafel liggen — pas dan blijkt of dit advies iets verandert aan de keten of alleen aan de boodschappenlijst van wie toch al oplette.
